Bergen België.
The Pursuit to Mons.
Bergen België.

Op 11 november 1918 zou de Eerste Wereldoorlog voor de Canadese militairen eindigen in het Belgische Mons (Bergen). Dat na bijna vier jaar van strijd en een extreme opoffering die Canada voorgoed zou veranderden. Op een bevolking van iets minder dan acht miljoen Canadezen in 1914, werden er 619.636 mannen en vrouwen ingelijfd bij de Canadese strijdkrachten Hiervan werden er 59.544 gedood en raakten er 172.950 gewond. Tijdens de laatste week van de oorlog bevrijdde het Canadese leger de hele regio aan beide kanten van de Frans-Belgische grens, van Quiévrain tot Casteau, de stad Mons inbegrepen.

 

Hoewel de Slag om Valenciennes de laatste grote collectieve actie was waaraan het ganse Canadese Korps deelnam, waren tussen 5 en 11 november 1918 toch 3 van zijn 4 divisies betrokken bij de bevrijding van de hele regio gelegen tussen Quiévrain aan de Franse grens en Casteau, de stad Mons (Bergen) inbegrepen. Voor de Canadezen was het een terugkomst in België, zij hadden de streek rond Ieper en België verlaten na de Slag van Passendale in november 1917.

 

De 4e november kwamen de 3e en 4e Canadese divisies aan vlakbij de Belgische grens, aan beide zijden van de weg Valenciennes-Mons. Het front strekte zich toen uit van Marchipont, in het zuiden, tot Condé, in het noorden. De volgende dag, op 5 november, staken patrouilles van het 87e Bataljon (Montreal Grenadier Guards - 4e Divisie) de rivier Aunelle over, daar werd het eerste deel van het bezette België dat door de Canadezen ontzet zou worden bevrijdt.

 

Op 6 november drongen de resterende troepen van de 4e Divisie België binnen over de hele breedte van het front en bevrijdden er het dorp Marchipont en een deel van Baisieux. Toen de nacht viel had de 4e Divisie de controle over de riviertjes de Petite Honnelle en de Grande Honnelle, en dat over de hele lengte van het front. Dat was het laatste wapenfeit van de 4e divisie want in de loop van de nacht van 6 op 7 november werd zij vervangen door de 2e Canadese Divisie. In het noorden werd het dorp Crespin bevrijd en werden over de rivieren Aunelle en Honnelle drijvende loopbruggen geplaatst. De rest van Baisieux en het dorp Elouges werd op 7 november bevrijd door de 2e Canadese Divisie.De 2e en 3e Canadese Divisie bevrijdden samen Quiévrain en namen er 500 Duitsers gevangen. De 3e Canadese Divisie zette haar voorwaartse beweging verder en bevrijdde La Croix en Hensies, terwijl de 2e Canadese Divisie, net voor middernacht, de dorpen Bois-de-Boussu, Petit Hornu, Bois-de-Epinois en een gedeelte van Bois-de-Leveque innam. De Canadese bevrijders werden er warm onthaald. Vervolgens kwamen de Canadese troepen terecht in een dichter bevolkte streek, het was een gebied met veel mijndorpen. De Duitsers trokken zich strijdend terug en voerden vertragingsacties uit. Intussen hoorde men hier en daar al de geruchten dat de vrede nakende was.

 

Op 8 november bevrijdde de 3e Canadese Divisie Saint-Aybert, en in de loop van de avond stak ze het kanaal van Condé over en kreeg de divisie vaste voet op de noordelijke oever. Aan het zuidelijke gedeelte van het front maakte de 2e Canadese Divisie zich meester van Dour.De 9e november werd er opnieuw gevochten. Maar in vergelijking met de geboekte vooruitgang van de voorafgaande dagen leverden deze gevechten slechts kleine winsten op. Iedere maal dat de Canadezen de bevrijding van een dorp voleindigden, werden ze vanuit het volgende dorp bekampt met mitrailleurvuur.

 

Op de voorlaatste dag van de oorlog, op 10 november, arriveerden de 2e en 3e Canadese Divisie vlakbij Mons. Om de stad zoveel mogelijk te sparen gaf Luitenant-generaal sir Arthur Currie, de bevelhebber van de Canadezen, het bevel tot een omcirkelingsmanoeuvre: de 2e Canadese Divisie ging de stad om langs de zuidkant om zo de hoger gelegen delen ten oosten ervan te bezetten, terwijl de 3e Canadese Divisie zich moest meester maken van de noordelijk gelegen voorstad Nimy en doorstoten tot in het hart van de stad. Rond 23u betraden pelotons van het 42nd Montreal Battalion (Canadian Black Watch) van de 7e Brigade Mons en begonnen ze met de stad in oostwaartse richting te bevrijden. Ondertussen staken de rest van de troepen het Canal de la Dérivation over en drongen binnen via het noordwesten.

In de vroege morgen van 11 november drongen de vier bataljons van de 7e Canadese Infanteriebrigade de stad binnen:

  1. Het Royal Canadian Regiment,
  2. De Princess Patricia’s Canadian Light Infantry,
  3. Het 42nd Montreal Battalion,
  4. Het 49th Battalion.

Om 3u10 stak de eerste patrouille de Grote Markt over en om 4u was de hele stad onder controle van Canadese eenheden, een uur later werden de eerste Canadese officieren al verwelkomd op het stadhuis van Mons. De achtervolging van de Duitse troepen werd voortgezet en de Canadezen bevonden zich om 11u, het moment van de Wapenstilstand, al acht kilometer ten noorden van Mons. In het totaal werden er 18 Canadese officieren en 262 onderofficieren gedood, verwond of verdwenen verklaard tijdens de laatste twee dagen van de militaire operaties in de stad Mons en zijn omgeving. Op 11 november zelf waren er één dode en 15 gewonden te betreuren.

 

 

11 november 1918 was de laatste dag van de oorlog, hier en daar zal men wel gefeest hebben, maar op die dag werd er zoals al gezegd ook nog gevochten! Om 09u30 die morgen viel de laatste Britse soldaat, zijn naam was George Ellison. George was 40 jaar oud en afkomstig van de streek rond Leeds. Hij was twee jaar daarvoor getrouwd met Hannah Maria en had een zoontje, James Cornelius. Kleine James was net één jaar geworden toen zijn vader naar het front trok. George Edwin Ellison was een dappere soldaat en had al deelgenomen aan de slag bij Mons in 1914, aan de slag om Ieper, de slagen bij Armentières, La Bassée, Loos en Cambrai en aan het Oostfront. Nu zou hij zijn laatste slag leveren bij Mons in 1918. Vier jaar lang wist hij de dood te ontwijken, maar 90 minuten voor het klaroengeschal van de Wapenstilstand klonk sneuvelde toch nog. Meer dan een uur later, ongeveer om 10u50, viel de laatste Fransman. Het was de koerier Augustin Trebouchon, hij was onderweg met het bericht dat de wapenstilstand getekend werd en dat er om 11u30 soep zou komen. Op zijn graf staat echter 10 november 1918 als sterfdatum vermeld! Volgens de geschiedkundige Christina Holstein die deze gevallen bestudeerde, werd dat bij hem net als bij alle andere Fransen die op die dag sneuvelden zo gedaan, men deed dat om vervelende vragen van de familie te voorkomen.

 

De laatste Canadees die aan het front het leven liet, was soldaat George Lawrence Price, die werd om 10u58 op tragische wijze gedood door een Duitse scherpschutter in Ville-sur-Haine, op het grondgebied van Le Roeulx. George werd geboren in Nova Scotia en maakte deel uit van het 28e Canadese infanteriebataljon (Saskatchewan Regiment).Diezelfde morgen trok de Amerikaanse soldaat Henry Gunther van het 313e Infanterie Regiment met zijn eenheid nog in de aanval. Die aanval vond plaats in de buurt van het plaatsje Romagne in de Franse Argonne. Volgens hun generaal William Nicholson moesten ze blijven aanvallen tot precies 11.00 uur. Om 10.55 liep soldaat Henry Gunther voorop bij zijn peloton. Om 10.59 uur sneuvelde hij. Één minuut later, om 11.00 uur op de 11e van de 11e maand zweeg het hele Westelijke Front.

 

In zijn boek de 11e maand, 11e dag, 11e uur kwam historicus Persico tot de conclusie dat de verliezen van de geallieerden op die laatste dag van de Eerste Wereldoorlog hoger waren dan de verliezen van de geallieerden op D-day, op 6 juni 1944. Toen vielen naar schatting 8 a 9000 man aan geallieerde zijde. Of dat  aantal klopt weten we niet want er stierven die dag ook heel wat mannen die al eerder gewond waren geraakt, een aantal anderen overleden ook te gevolge van de Spaanse griep.  Nu zo wie zo waren het er teveel, maar het grote verschil was echter vooral dat de mannen die de stranden van Normandië opstormden, nog vochten voor de overwinning en dat de mannen die op 11 november 1918 sneuvelden de oorlog al hadden gewonnen! Men wist dat het gedaan was en toch bleef men levens verspillen….In Amerika accepteerde het publiek de uitleg over deze vele verliezen op die laatste dag niet meer. In 1920 zou het Amerikaanse Congres een officieel onderzoek instellen naar het handelen van hun militaire leiding op die laatste dag van de oorlog. Doch de uitkomst zou in een bureaulade verdwijnen, want de naam van de tot dan toe geprijsde Amerikaanse generaals mocht niet geschonden worden!

 

In Mons ving de viering van de Wapenstilstand ook al aan op 11 november. Dat begon met het signeren van het Gulden Boek van de stad, dat gebeurde door de bevrijdende militaire autoriteiten. Generaal Currie schonk bij deze gelegenheid een vlag van het Canadese Korps, die was vastgemaakt aan een lans. De lijfwachteenheid van de generaal bestond uit manschappen van de British 5th Lancers, (Britse lansiers) die allen hun « Mons Star » droegen, de medaille die ze hadden verdiend door hun deelname aan de eerste Slag van Mons, op 23 augustus 1914. Dezelfde dag nog gaf generaal Currie het bevel om op de Grote Markt van Mons een overwinningsparade op touw te zetten waarin elke eenheid van het Canadese Korps zou vertegenwoordigd worden.Op 18 november besloot het schepencollege van Mons om de vier generaals die verantwoordelijk waren voor de bevrijding, de Brit Horne en de Canadezen Currie, Loomis en Clark, te benoemen tot « ereburgers » van de stad Mons.

 

 

Om de honderdste verjaardag van de bevrijding van Mons en het honderddagenoffensief van 1918 te herdenken werd door de International Cavalry Association “The Pursuit to Mons” georganiseerd. Deze herdenkingstocht te paard vond plaats van 14 tot 23 september 2018. Iedere dag legden de cavaleristen 15 tot 20 km af, dat gebeurde aan het zelfde tempo als dat van de cavalerie in 1918. ‘s Avonds installeerden de meer dan 70 ruiters (militairen, ex-militairen, burgers…) zich in kampementen die toegankelijk waren voor het publiek. De militaire en logistieke apparatuur werd verplaatst door vrachtwagens, maar er waren ook artilleriestukken die net al in 1918 getrokken werden door paarden. De tocht van 100 kilometer verliep zoveel als mogelijk via de zelfde route als die van het Britse Eerste Leger eind 1918, langs de Schelde in de richting van de België. De uitrusting van de paarden was exact identiek als die van 100 jaar geleden, de uniformen van de ruiters waren echter wel replica’s. Deze paardenreis begon in Cambrai en eindigde in Mons (de tocht liep via Iwuy, Bouchain, Valenciennes, Hensies en Saint-Ghislain). Aan deze herdenkingstocht namen cavalerie-eenheden uit Canada, Australië, Groot-Brittannië, Oostenrijk, België, Zweden, Rusland, Zwitserland en Duitsland deel. De ruiters waren allemaal mensen die gepassioneerd waren in geschiedenis en paardrijden. Sommige van de ruiters die deelnamen zijn momenteel militairen in dienst van het Lord Strathcona's Horse, een gepantserd regiment van het huidige Canadese leger. Tijdens de doortocht in Mons reed Lt. Colonel Allan Finney van het 1st Hussars op kop. De 1st Hussars Cavalry Troop is een vrijwilligersgroep gevestigd in London, Ontario (Canada).

 

 

 

 

 

Meer artikels
Oostenrijks - Hongaarse begraafplaats Slaghenaufi. 29-08-2016
Slaghenaufi (Lavarone ) Italië.

In Slaghenaufi rusten 748 Oostenrijks-Hongaars militairen die tussen 1916 en 1918 in de bergen van Luserna, Folgaria, Lavarone sneuvelden.

lees meer ...
Fort Hermann. 09-05-2016
Bovec Slovenië.

Het nu zwaar verwoeste en onbeveiligde Fort Hermann ligt in Bovec (in het Duits: Flitsch, in het  Italiaans: Plezzo).

lees meer ...
Sacrario Militaire del Leiten. 09-05-2016
Asiago Italië.

De 'battaglia degli Altipiani' of de Slag om Asiago ook de strafexpeditie genoemd was een tegenoffensief van de Oostenrijkers en Hongaren tegen de Italianen dat begon op 15 mei 1916.

lees meer ...